Hué was van 1802 tot 1945 de hoofdstad van Vietnam en de zetel van alle dertien Nguyen-keizers. De citadel die zij bouwden aan de noordelijke oever van de Parfumrivier is een verkleinde kopie van de Verboden Stad in Peking — een ommuurde hoofdstad met drie concentrische omwallingen: de buitenste citadel (winkels, werkplaatsen, ambtenaren), de Keizerlijke Stad (staatsgebouwen, de troonzaal Thai Hoa) en de binnenste Verboden Purperen Stad waar de keizer met zijn naaste huishouding woonde.
Het grootste deel van het binnenste complex werd in 1968 verwoest tijdens het Tet-offensief — de citadel werd 25 dagen bezet door Noord-Vietnamese troepen en pas heroverd na zware artilleriebeschietingen door de VS en Zuid-Vietnam. Van de oorspronkelijke 160 gebouwen overleefden er ongeveer 30. Sinds de UNESCO-erkenning in 1993 vordert de reconstructie gestaag: het Koninklijk Theater, de Tempel van de Generaties (schrijn voor de dertien keizers) en diverse ceremoniële zalen. Het is een actief restauratieproject — bijna altijd staat er wel iets in de steigers.
Wat er nog staat, maakt de reis meer dan de moeite waard. De Ngo Mon-poort (hoofdingang met zijn geel betegelde vijf-feniks-paviljoen), het Thai Hoa-paleis (troonzaal met 80 gesneden rood-met-gouden zuilen), de Negen Dynastieke Urnen gegoten in brons in 1835, het Koninklijk Theater — elk is in uitstekende staat geconserveerd. De graven buiten de stad, met name Minh Mang en Khai Dinh, evenaren de citadel qua architectonisch belang. Reken op een volledige dag.